Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek

Het springt minder in het oog dan Zeppe & Zikki of de fluohesjes. De resultaten zijn niet onmiddellijk zichtbaar. Maar wie de ambitie heeft om een thema op de maatschappelijke agenda te zetten, moet zijn argumenten kunnen onderbouwen. Het Levenslijn-Kinderfonds trekt daarom de kaart van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek om de aanpak van verkeersonveiligheid duurzaam te maken. Dertig procent van de inkomsten van het Fonds gaat via een projectoproep van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) naar onderzoeksprojecten rond verkeersongevallen. Door langlopende projecten van minstens vier jaar te steunen kiest het Levenslijn-Kinderfonds voor een aanpak in de diepte. Het FWO selecteert de projecten en volgt ze op, zodat de wetenschappelijke kwaliteit gewaarborgd is. 

De nasleep van een ongeval is zoveel meer dan de fysieke behandeling : het emotionele trauma, de moeilijkheden die slachtoffers ondervinden wanneer ze de draad van hun leven opnieuw proberen op te pikken, het functioneren op school, in het gezin, enz. Er is dan ook een breed gamma van thema’s die in aanmerking komen voor het wetenschappelijk onderzoek met ondermeer de preventie van verkeersongevallen, diverse psychologische aspecten, zoals de impact van een trauma, de re-integratie op school of de beleving van broers en zussen van het verkeersslachtoffer.

Zo is er het onderzoek van de Universiteit Gent naar post-traumatische stress bij kinderen die betrokken waren bij een verkeersongeval, en meer bepaald naar de factoren die het risico op een stoornis vergroten of die het kind ertegen beschermen. Spoedgevallendiensten doen er hun voordeel mee. Zij hebben begrijpelijkerwijs vooral oog voor de medische behandeling van jonge verkeersslachtoffers die op hun dienst binnenkomen, maar door te letten op kleine details kunnen ze de psycho-emotionele nasleep vergemakkelijken.

In die lijn is er ook ‘Kinderen als slachtoffer van het Verkeer’ van de Universiteit Gent en het Onderzoekscentrum Kind & Samenleving: via diepte-interviews met kinderen na een verkeersongeval wil men de gebeurtenissen begrijpen vanuit het perspectief van deze kinderen zelf, zodat ouders, leerkrachten, revalidatiecentra en scholen hen beter kunnen opvangen en begeleiden.

Niet-aangeboren hoofdletsels

Verkeersongevallen zijn de belangrijkste oorzaak van een hoofdtrauma bij kinderen, en de gevolgen van een dergelijk letsel kunnen ingrijpend zijn. Rond zware hoofdtrauma’s is al veel onderzoek gedaan, maar dat is niet zo voor de gevolgen van een mild hoofdtrauma bij een ongeval. Met de steun van het Levenslijn-Kinderfonds brengt het team van professor Lieven Lagae, hoofd kinderneurologie van het UZ Leuven, de impact hiervan in kaart. Via neuropsychologische testen werd vastgesteld dat zelfs bij een mild trauma subtiele veranderingen plaatsvinden in de hersenfuncties, die te maken hebben met aandacht, geheugen en ruimtelijk inzicht. Ze ontwikkelen nu een testbatterij waarmee ziekenhuizen na een ongeval kunnen vaststellen of die cognitieve functies verstoord zijn. Sommige kinderen compenseren dit verlies vanzelf, maar kinderen die al leer- of aandachtsproblemen hebben, kunnen het lastiger krijgen. Als dat meteen na het ongeval geweten is, kan preventief worden ingegrepen.

Collega’s in Leuven van de Onderzoeksgroep Bewegingscontrole & Neuroplasticiteit doen onderzoek naar bewegingsproblemen bij kinderen en jongeren na een ongeval, naar hoe de hersenen deze bewegingen aansturen en welke verschillen er zijn met kinderen die geen hersentrauma opliepen. Aan de hand van de 

Geen ivoren toren

Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek kan de basis zijn voor concrete acties rond verkeersveiligheid. Dat is zo voor verschillende onderzoeken die gesteund werden zoals dat van de Universiteit Gent rond hoe kinderen en jongeren omgaan met visuele informatie op de baan. Wat hebben ze gezien en wat hebben ze niet gezien? Dat kan in het verkeer grote gevolgen hebben. Met die resultaten kan men kinderen in de verkeersopvoeding veiliger leren fietsen.

Een van de knelpunten waarop het Levenslijn-Kinderfonds herhaaldelijk stoot, is de sensibilisatie van adolescenten. Onderzoekers van de KU Leuven gaan met de steun van het Fonds na of 17-18-jarigen die veel videospelletjes zoals racing-games spelen of actiefilms bekijken met achtervolgingsscènes, hierdoor beïnvloed worden in hun effectieve rijgedrag en ook op de baan geneigd zijn om meer risico’s te nemen. Op basis hiervan willen de onderzoekers doelgroepen voor preventie beter afbakenen.